In een narratieve opstelling staan we met een vraag in de ruimte. Representanten, mensen die een plek innemen voor iets wat in die vraag meeloopt, gaan voelen wat dat element doet, zonder het verhaal vooraf te kennen. Een personage, een opdrachtgever, een terugkerend gevoel, het publiek dat je voor je ziet - alles kan een plek krijgen. Niet als analyse, maar als levend beeld waarin onderlinge verhoudingen zich tonen.
Een opstelling biedt geen antwoord op je vraag. Ze toont iets dat je werk in beweging brengt. Soms is een korte erkenning, van een figuur, een lot, een onuitgesproken loyaliteit, genoeg om de creativiteit weer te laten stromen.
Welk veld zich aandient, hangt af van je vraag. Soms blijft het werk dicht bij jou en wat je maakt. Soms wijst de vraag onderweg ergens anders heen: naar een samenwerking, naar iets uit je herkomst, naar een spanning in het verhaal zelf. We volgen wat zich toont, en keren altijd terug naar waar we begonnen.
Soms blijven we boven de navel werken, dicht bij wat je nu maakt. Soms wijst de vraag naar onder de navel, naar de fundamenten waarop je werk staat, familie, herkomst, een opleiding die je vormde, een maatschappelijke laag. Wat we onder de navel noemen, hangt niet af van hoe diep we gaan, maar van waar de wortel ligt.
Lees verder op Verkenningen:
Waar de vraag huist →
Boven en onder de navel →
De kern van dit werk is 'niet-weten'. Niet als probleem maar als ruimte. We blijven bij wat zich toont, ook als het traag of onhelder is. Daar opent zich vaak iets wat met denken alleen niet bereikbaar was.
Makers brengen heel verschillende vragen mee. Een paar terugkerende lijnen:
Een element in je werk dat plat blijft - een scène, een personage, een passage, een beeld, een ontwerp - en dat gelaagder wordt zodra het in de ruimte staat. Een keuze die niet helder wordt vanachter je bureau, en wel als je voelt waar je werk vandaan komt en waar het naartoe wil. Iets in je samenwerking dat stokt - met een producent, een opdrachtgever, een team - waar erover praten geen verschil maakt, maar waar de positie zelf iets toont. Een blokkade die opdoemt vlak voor je het werk de wereld in laat. De vraag wat jouw werk eigenlijk vraagt van jou, juist nu.
Voor verhaalvragen brengen makers vaak vragen als deze mee: een hoofdpersoon die plat blijft ondanks meerdere rewrites. Twee plotlijnen die niet samen willen komen. Een einde dat niet wil landen. De relatie tussen twee personages die niet beweegt, terwijl het hart van het verhaal er ligt.
Soms is het werk eerst om de vraag zelf helder te krijgen, om te onderzoeken waar de vraag thuishoort. Een voorbeeld: een documentairemaker is op locatie in zijn land van herkomst en raakt vast. Zijn opdrachtgever wil resultaat, zijn geldschieter piept, zijn creativiteit blokkeert, en gevoelens van heimwee en angst dienen zich aan. Waar zit de vraag eigenlijk? Door alle velden eerst te erkennen - je werkveld, je creativiteit, je persoonlijke historie - komt er rust om het veld dat nu het meest aan de orde is te horen. Dat is niet altijd het veld dat het meest urgent voelt. Wat de opstelling toont, is wat in jou en je werk werkelijk roept om gehoord te worden. Wat blijft liggen, kan op een ander moment zijn eigen ruimte krijgen. Een uitgewerkte casus staat in Waar de vraag huist op Verkenningen.
Het is geen therapie, geen coaching in de gangbare zin. Geen techniek die wordt toegepast. Het vindt plaats in de ruimte tussen mensen, het systeem, de verbinding die ze samen maken op dat moment - een onderzoek, geen behandeling, brainstorm of improvisatie. We laten het systeem van de vraaginbrenger spreken.
Door dit werk lopen vier lijnen.
— Ruimte maken voor wat zich wil tonen, niet werken vanuit een plan of acteren.
— Co-creatie. Ik breng de werkvorm, jij brengt het materiaal. Wat zich aandient ontstaat tussen ons in.
— Van ervaring naar inzicht. Eerst de directe ervaring in een opstelling, dan pas betekenisgeving en reflectie.
— We beginnen en eindigen in het Makersveld. Welke andere velden zich onderweg ook aandienen, hier komen we altijd terug, bij jou en je werk.